Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Roodhalsganzen en pelikanen in Bulgarije

Verslag en foto’s door Jan Harteman, 2009


Van 1 maart tot 8 maart 2009 nam een kleine groep watervogelliefhebbers deel aan een vogelreis naar Bulgarije, georganiseerd door Peter Kooij. Samen met onze Bulgaarse gids Jorden Ivenov bestond de groep vogelaars uit acht personen. Ons voornaamste doel: het vinden van grote groepen Roodhalsganzen (Branta ruficollis) en andere zeldzaamheden zoals Goudoogjes oftewel dwergganzen (Anser erythropus).


Langste checklist van Europa

Bulgarije is het hoogst gelegen land in de Balkan, grenzend aan de Donau in het noorden en de Zwarte Zee in het oosten. Het is het thuisland van Orpheus en Sparta. En het is ook een van de meest bijzondere vogelbestemmingen in Europa. Gelegen in het midden van trekroutes tussen van noord naar zuid en van oost naar west, heeft Bulgarije de langste checklist van vogels in Europa. Om een voorbeeld te noemen, 30 van de 34 europese roofvogelsoorten zijn te vinden in Bulgarije!

 

De Zwarte zeekust heeft het hele jaar door een geweldige vogeldichtheid, inclusief grote troepen Roodhalsganzen en opvallende voorjaars- en najaars trekvogels uit de uiterste hoeken van Oost-Europa. Wij bezochten enkele lokaties langs deze Zwarte zeekust.

 

Op het programma stonden twee lokaties gepland: de meren rond de stad Burgas in het zuiden en de wetlands van Durankulak in het noorden. Onze gastheer Peter Kooij plande een bezoek aan het zuiden voor de eerste dagen, waarna we zouden doorreizen naar het noorden voor de tweede helft van de week. In het zuiden zijn er goede kansen op het zien van Witkopeenden (Oxyura leucocephala), Witoogeenden (Aythya nyroca) en pelikanen. In het noorden zouden de kansen groot zijn op grote groepen overwinterende Roodhalsganzen.

 

Echter, door de snel stijgende temperaturen in de eerste week van maart, nam de kans af op het zien van Roodhalsganzen. Er kwamen berichten door dat de grootste troep al naar het noorden was  vertrokken. Om zeker te zijn dat we de ganzen nog te zien kregen, zijn we op onze tweede dag na aankomst in Burgas al vertrokken naar ons hotel nabij het Durankulak meer. Het zuiden moest wachten op later.

 

Durankulak meer

Roodhalsganzen broeden op de Russische schiereilanden Taimyr (70% van de wereldpopulatie), Gydan en Yamal. Zeker 80 tot 90% van de vogels concentreren zich in januari en februari in slechts een handvol gebieden aan de Zwarte zee. Dit zijn Shabla en Durankulak in Bulgarije en de Razelm-Sinoe lagunen en Techirgiol in Roemenië. Kleinere aantallen overwinteren in de Oekraïne, Kazakhstan en Griekenland.


Het Durankulak meer (350 hectare) in het noordoosten van Bulgarije is gelegen tussen Varna (Bulgarije) en Constanta (Roemenië), vlak langs de Roemeense grens. Het meer is bekend om zijn spectaculaire aantallen Roodhalsganzen die er overwinteren, tot soms ruim 30.000 exemplaren! Het meer is internationaal beschermd natuurgebied (zogenaamde Ramsar Site).

 

We verwachtten ook grote concentraties Kolganzen (Anser albifrons), maar door de almaar stijgende temperaturen hebben we er “slechts” 7000 mogen waarnemen. Helaas hebben we geen enkele Goudooggans kunnen ontdekken, maar het vogelrijk werd goed vertegenwoordigd door tientallen futen (Podiceps cristatus), geoorde futen (P. nigricollis), honderden krakeenden (Anas strepera), slobeenden (A. clypeata), pijlstaarten (A. acuta), smienten (A. penelope), wilde eenden (A. platyrhynchos), wintertalingen (A. crecca), kuifeenden (Aythya fuligula), tafeleenden (A. ferina) en zeer veel bergeenden (Tadorna tadorna). In de lucht vlogen spectaculaire roofvogels zoals zeearenden (Haliaeetus albicilla), buizerds (Buteo buteo), ruigpootbuizerds (B. lagopus) en bruine kiekendieven (Circus aeruginosus).

 

De beste tijd om roodhalsganzen te zien is in de maand februari, dus we bleken wat aan de late kant te zijn in het seizoen. Hoe dan ook, we hebben toch nog flinke aantallen roodhalsjes gezien met een maximum van circa 1700 exemplaren. Het waren er dan geen 30.000 zoals gehoopt, maar met 1700 ganzen mochten we toch ook niet klagen. Een prachtig gezicht! Zoiets kende ik tot dan toe alleen uit de boeken, maar hoe spectaculair het is om deze ganzen in de natuur te zien, is onbeschrijfelijk! De roodhalsganzen waren steevast te vinden in de troepen Kolganzen, waarvan we de aantallen schatte op 7000 exemplaren. Deze gemengde groep vogels sliep ’s nachts op het Durunkulak meer, samen met duizenden eenden en knobbelzwanen (Cygnus olor). De eenden en zwanen verbleven overdag meestal ook rond het meer, maar de ganzen trokken naar het foerageergebied enkele kilometers landinwaarts. Hier deden ze zich tegoed aan tarwe, letterlijk enkele meters verwijderd van de Roemeense grens.

 

Op 3 en 4 maart waren we ooggetuigen van een zeearend die tot meerdere malen toe probeerde prooi te slaan in de grote aantallen ganzen. Beide momenten gaven een geweldig uitzicht op de ganzen toen ze als een ware wolk opvlogen om te vluchten voor de zeearend. Beide keren keerden de ganzen na een korte vlucht om, om weer te foerageren op de akkers. De zeearend wachtte zijn volgende kans af, zittend in een hoge boom. Ondertussen vlogen veldleeuwerikken (Alauda arvensis) over onze hoofden, zingend dat het een lieve lust was.

 

Op onze laatste dag aan het Durankulak meer vlogen er als toetje nog eens 50 Roze pelikanen (Pelecanus onocrotalus) over, richting Roemeense grens. Andere leden van de pelikanenfamilie waren er ook, namelijk de zeldzame Mediterraanse kuifaalscholvers (Phalacrocorax aristotelis desmarestii) en gewone aalscholvers (Phalocrocorax carbo). Hoe vroeg in het voorjaar het ook was, de kuifaalscholvers waren al druk aan het nestelen op de kliffen langs de kust.

Op 5 maart reden we naar het zuiden richting Burgas. Tijdens deze rit zagen we onder andere enkele mooie notenkrakers (Nucifraga caryocatactes) vlak langs een parkeerplaats. Het waren zeer tamme vogels die genoten van een toegeworpen appel.

 

De Burgas Wetlands en Poda Nature Conservation Centre

De meren rondom de stad Burgas in het zuidoosten vormen het  grootste en belangrijkste wetlandgebied van Bulgarije. Een derde van de wetlands is verklaard als nationaal beschermd natuurgebied vanwege de bijzondere biodiversiteit, ecologische waarde en internationale belangen voor trekvogels.


Er leven 40 vissoorten, 15 soorten amfibieën en reptielen, 35 soorten zoogdieren, honderden soorten ongewervelden en evenveel plantensoorten. Maar het meest spectaculair voor ons zijn de 320 vogelsoorten die er verdeeld over het jaar te vinden zijn. Sommige soorten overwinteren er, andere trekken door naar elders, weer anderen  broeden er in het voorjaar en sommige soorten leven er het hele jaar door. Op een van de grote vogelsnelwegen van Europa, Via Pontica genoemd, vormen de Burgas Wetlands een zeer belangrijke rustplaats tussen de Donau en het mediterrane gebied.

 

Tegelijk is Burgas ook een van de grootste en meest vervuilende steden van Bulgarije. Grote petrochemische fabrieken, honderdduizenden toeristen elk jaar. In feite is iedere grote Bulgaarse stad een tijdbom met serieuze milieuproblemen veroorzaakt door chemische industrie, uitlaatgassen van auto’s en giftig afvalwater. Het beschermen van de Bulgaarse natuur is daardoor een zeer grote uitdaging voor nationale en internationale natuurbeschermers.

 

Het Poda Nature Conservation Centre is onderdeel van de Burgas Wetlands. Het gebied is direct gelegen tussen Burgas en de hoofdweg naar Sozopol. Het was het eerste beschermde natuurgebied langs de Zwarte zeekust. De Poda wetlands zijn beschermd sinds 1989 en het concervation centre is opgericht in 1997. Het wordt geleid door de Bulgaarse vogelbescherming (Bulgarian Society for the Protection of Birds).

 

Gewapend met verrekijkers, telescopen en fotocamera’s trokken we het natuurgebied in op 6 maart, om te zien welke vogels we er zouden aantreffen. Bij het Poda Nature Conservation Centre hadden we de gelegenheid om de vogels vanaf een fraaie kijkhut te zien, op het dak van het informatiecentrum. Vanaf het dak waren grote aantallen aalscholvers te zien, nestelend in de oude masten van een hoogspanningsnetwerk. Langs de kolonie gewone aalscholvers zwommen ook Mediterraanse kuifaalscholvers. Even verderop spotte een oplettend oog ineens een zwaan, maar ditmaal geen knobbelzwaan… het bleek een achtergebleven wilde zwaan (Cygnus cygnus), verscholen tussen het riet en in gezelschap van enkele bergeenden. Deze groep vogels zat niet ver verwijderd van een andere kijkhut, dus we besloten deze kant maar eens op te lopen.

 

Onderweg naar de kijkhut passeerden we een brug, van waaraf we tot ieders verbazing een middelste zaagbek (Mergus serrator) zagen zwemmen! Verder wandelend vlogen ons veel zangvogels voorbij, zoals roodborsttapuiten (Saxicola torquata), kuifleeuweriken (Galerida cristata) en bonte kraaien (Corvus cornix), maar natuurlijk ook weer talloze meeuwen, bruine kiekendieven en een zeearend.

 

Op weg naar de wilde zwaan vlogen er enkele roze pelikanen over, de tweede groep die we zagen deze week. Maar we werden ook blij verrast door een tweede pelikanensoort: kroeskoppelikanen (Pelecanus crispus)! De kroeskoppelikaan is met slechts 1000 broedparen helaas ernstig bedreigd. Hoewel de kroeskop in een ver verleden in heel Europa gebroed heeft, zelfs in Nederland, leeft hij vandaag de dag alleen nog in enkele Oost-Europese landen en in enkele Aziatische landen onder de Himalaya. Roemenië, Griekenland en Bulgarije horen bij de belangrijkste landen in zijn verspreidingsgebied. We waren dan ook erg gecharmeerd van de aanwezigheid van zo’n 50 kroeskoppelikanen! Binnen deze grote groep zagen we ook nog enkele roze pelikanen. Zelfs op grote afstand was het verschil goed te zien. De vogels waren neergestreken op een meer waarop natuurbeheerders kunstmatige eilanden hadden gemaakt, speciaal voor deze vogels. De drijvende eilanden (eigenlijk vlotten) zijn geschikt om te broeden, maar werden op dat moment gebruikt als roestplaats. Een prachtig gezicht!

 

Nadat we de vogels uitgebreid hadden bekeken, liepen we terug richting de bus. We kwamen nog enkele sporen tegen van, vermoedelijk, otters. Arnold Zwetsloot en Peter Kooij herkenden het otterpad direct. Lang geleden waren deze paden ook in Nederland wel te vinden, maar tegenwoordig zijn er alleen nog enkele otters in de Biesbosch te vinden. Jammer genoeg zagen we hier alleen de sporen, maar een goed teken dat de otter hier nog zijn domein heeft!

 

De volgende dag, 7 maart, was de tijd aangebroken om onze koffers te pakken. Vroeg in de ochtend vertrokken we met onze bus richting de hoofdstad Sofia, alwaar ons vliegtuig richting Nederland de volgende dag zou klaarstaan. Tijdens de enkele uren durende rit  door de Kazanlak Vallei kwamen we nog wat mooie vogelsoorten, waarvan de opvallendste de rode casarca’s (Tadorna ferruginea) waren en een steppekiekendief (Circus macrourus).

 

In Sofia hebben we overnacht. De volgende ochtend bracht een taxi ons in alle vroegte naar het vliegveld. Eenmaal in het vliegtuig konden we terugkijken op een zeer geslaagde vogeltrip. Weliswaar hebben we niet de geweldig grote troep Roodhalsganzen gezien, maar alle andere verassingen en het indrukwekkende landschap maakte alles meer dan goed.

 

Fotoalbum via facebook:

 

Powered by liveSite Get your free site!