Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Roze-ooreend (Zebra-eend / Lepelbekeend)

Malacorhynchus membranaceus 

Pink-eared duck / Spatelsnabelente / Canard à oreillons roses

 

De roze-ooreend is een Australische eendensoort met een aantal bijzondere eigenschappen. Vroeger werden Roze-ooreendjes ook wel Zebra-eendjes genoemd vanwege hun gestreepte verenpak. De naam Roze-ooreend dankt de eend aan een felroze vlekje, vlakbij het oor (vlak achter de bruine gezichtsvlek). Dit vlekje is alleen van dichtbij goed zichtbaar, vooral in het broedseizoen wanneer het vlekje feller roze van kleur wordt.

 

De geslachten zijn vrijwel gelijk, alleen is het mannetje iets groter. Ook is het kontje van het woerdje wat meer oranje gekleurd. De duitse naam "Spatelsnabelente" verwijst naar de flappen aan de snavel, een duidelijk kenmerk van de soort waaraan het de alternatieve Nederlandse naam lepelbekeend dankt. Maar terwijl de lepel-vorm bij de Slobeenden van dezelfde hoorn-achtige stof is als de snavel zelf, zijn de flappen bij de Roze-oor eend eerder vleesachtig. De lepelvormige snavel doet sterk denken aan die van slobeenden, die hetzelfde gebruikt, namelijk om voedsel uit het oppervlakte water te filteren. 


Roze-ooreenden leven in Australië, het meeste in het noord-oosten en in het zuid-westen. Een enkeling leeft op Tasmanië, maar ze broeden hier niet.
De eenden verlaten niet vaak het water en doet dit alleen om uit te rusten of om de veren te poetsen. Eten doen ze liever in het water. Je kunt ze vaak op boomstammen zien rusten vlak boven het water.
Ze zwemmen het liefst in ondiep, stilstaand water. Daar kan dan met de speciale snavel voedsel uit het water worden gezeefd op een manier zoals we dit ook bij de Slobeend zien. In het wild zie je ze regelmatig in groepen met Australische witkeeltalingen (Anas gracilis).

 

De roze-ooreend is een zeer mobiele eendensoort: grote vluchten trekken door Australië op zoek naar tijdelijke meren als gevolg van hevige regenval. De eenden worden daar naartoe gelokt door de zwermen insecten die een aantrekkelijke voedselbron vormen. Als de meertjes weer opdrogen trekken de eenden verder naar een volgend meer, maar in de tussentijd brengen ze hun jongen groot. Tijdens het regenseizoen wordt vlakbij het water, soms in een boomholte, soms op een kleine eilandje of tussen takken, een nest gemaakt. Het vrouwtje legt in het nest 5 tot 8 vrij puntige eieren. Deze komen na 25 tot 26 dagen uit. 

 

Roze-ooreenden in avicultuur

De eerste en vermoedelijk enige import van deze eenden is gedaan door Mike Lubbock, destijds voor de Wildfowl & Wetlands Trust. In de jaren '80 was er nog niet veel kennis over deze en andere 'moeilijkere' eendensoorten. Er waren nog geen premium voeders op de markt, dus van de eerste import (zo'n 40 verzamelde eieren) zijn veel dieren gesneuveld. Omdat ook de eerste kweek lang op zich liet wachten is het beperkte aantal gekweekte dieren ook nog eens sterk verwant aan elkaar. Over latere importen is niet veel bekend, maar de soort lijkt de laatste jaren wel gevestigd te zijn in Europese vogelcollecties, de kweek gaat namelijk vooruit en het aanbod stijgt. 

 

2009_10_23_9999_196.JPG

Boven: een volwassen Roze-ooreend

 

2009_10_23_9999_198.JPG

Boven: een volwassen Roze-ooreend

 

2009_10_23_9999_199.JPG

Boven: volwassen Roze-ooreenden

 

2009_07_25_9999_51.JPG

Boven: een volwassen Roze-ooreend

 

2009_07_25_9999_165.JPG

Boven: een volwassen Roze-ooreend

 

2009_07_25_9999_169.JPG

Boven: volwassen Roze-ooreenden

 

2009_07_25_9999_185.JPG

Boven: volwassen Roze-ooreend op zoek naar een geschikt nest

 

2009_07_25_9999_225.JPG

Boven: Roze-ooreenden gebruiken hun snavel zoals een slobeend doet.

Powered by liveSite Get your free site!