Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Afrikaanse pygmeegans/ Afrikaanse dwergeend

Nettapus auritus

African pygmy goose/ Afrikanische Zwergglanzente / Anserelle d'Afrique

 

Een van de kleinste soorten watervogels is de Afrikaanse pygmeegans of Afrikaanse dwergeend. Zijn natuurlijke leefgebied is in afgelegen gebieden in en nabij moerassen, meren en rivieren ten zuiden van de Sahara. Het is een nomadische vogelsoort, wat wil zeggen dat het geen echte trekvogels zijn, maar dat ze het "water volgen". Bij droogte zoeken ze naar geschikt nat gebied, omdat deze eendachtige, zo mogelijk, nog meer gebonden is aan water dan andere eenden. Slechts zelden zullen ze het water verlaten en als ze dat doen, rusten ze nog het liefst op een tak vlak boven het wateroppervlak. Lopen kunnen ze dan ook moeilijk. 

Ze hebben de voorkeur aan water met veel vegetatie zoals waterlelies, maar ook in rijstvelden worden ze veel gezien. Het is bekend dat met name de knoppen, maar ook bladeren van waterlelies een favoriete voedselbron vormen.

 

Pygmeegansjes worden steeds vaker met succes gekweekt in volièremilieu, al is het nog niet zo vanzelfsprekend als het kweken van andere siereenden. Zowel in Europa als in Noord-Amerika zijn zelfonderhoudende populaties in avicultuur. De voeding in volièremilieu bestaat hoofdzakelijk uit een kleine zadenmengeling (o.a. millet), aangevuld met een drijvende geëxtrudeerde pellet (z.g. micro floating). In het voortplantingsseizoen kunnen de dieren in paringsstemming worden gebracht door dagelijks wat meelwormpjes aan de voeding toe te voegen. Vers eendenkroos (liefst zelf gekweekt in schoon water) en bladgroenten als andijvie en witlof behoren eveneens tot de basisbehoeften van deze watervogels. 

 

De eendjes (of gansjes) zijn zeer koudegevoelig, waarbij een combinatie van vochtige lucht en vorst funest zijn. Slechts met voldoende maatregelen kunnen de dieren de winter buiten in een volière overleven. Een andere mogelijkheid is om ze binnen (met fris zwemwater) te laten overwinteren. 

 

Wil men de dieren in beschermd milieu laten voortplanten, dan zal men diverse nestholten moeten aanbieden. Het zijn van oorsprong holenbroeders die gebruik maken van holle boomstammen. Dit kan men nabootsen door nestkasten te installeren, of bijvoorbeeld uitgeholde boomstammen met invlieggat. 

De eendjes komen in broedstemming na de rui, maar man en vrouw moeten wel tegelijk weer hun verenpak in orde hebben. Ruien de dieren allebei op een ander moment, dan is de kans op een succesvol broedseizoen verkeken. Van nature kennen pygmeegansjes geen eclipsrui zoals mandarijneenden, waarbij de dieren in een vaste periode van het jaar hun pronkverenkleed en slagpennen wisselen. Daarom kan de rui op elk moment in het jaar plaatsvinden, bij man en vrouw op een verschillend moment. 

 

African pygmy goose 

Boven: volwassen woerdje (man)

 

African pygmy goose 

Boven: volwassen woerdje

 

African pygmy goose

Boven: volwassen paartje, vrouwtje achteraan

 

African pygmy goose 

Boven: volwassen woerdje vliegend boven de Gambia rivier

 

African pygmy goose 

Boven: volwassen vrouwtje, vliegend boven de Gambia rivier

 

African pygmy goose 

Boven: volwassen woerdje

 

Boven: kuikens die hun nest verlaten

 

 


 

Powered by liveSite Get your free site!