Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Bergeend

Tadorna tadorna

Common shelduck / Brandgans / Tadorne de Belon

 

De Bergeend leeft langs de kustlijnen in grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika, maar in West-Europa ook steeds meer richting de binnenlanden. Ze zijn er vooral te vinden op open (modder)vlakten en ondergelopen akkers, waar ze vooral graag foerageren in ondiep water. In Nederland, België en Duitsland is het deels een standvogel, maar in Noord- en Oost-Europa is het een trekvogel. Deze vogels overwinteren zuidelijker, bijvoorbeeld in Nederland en het Middenlands Zeegebied. In heel Nederland overwinteren soms tot 65.000 exemplaren, terwijl het aantal broedparen veel lager ligt, zo rond de 10.000. In Duitsland kan het aantal ruiende vogels in augustus oplopen tot 200.000 in de gebieden tussen de Elbe en Wezer! Deze komen allemaal uit Midden- en Noord-Europa.

 

Meer algemene informatie (engelstalig) vindt u hier.

 

2008_02_08_2223.JPG

Boven: volwassen bergeend woerd

 

Zoals gezegd komen deze vogels vooral voor langs zeekusten, met name daar waar zij kunnen broeden in de duinen en zandvlakten. Omdat ze tijdens het broedseizoen minder kustgebonden zijn, vindt men ze dan ook vaker in het binnenland. Ze trekken dan naar grote meren (denk aan het IJselmeer), rivierdelta’s (Schelde, Rijn en Waal) en plaatsen waar moddervlakten te vinden zijn. In het Rivierengebied broeden al jaren regelmatig bergeenden. Het biotoop is er dan ook uiterst geschikt voor: rivieren en meren met aan de oever genoeg plaatsen waar konijnenholen te vinden zijn. Want in deze konijnenholen broedt de Bergeend het liefst.

 

Wanneer het broedseizoen aanbreekt doen de dominante mannetjes er alles aan om zich een vrouwtje te veroveren door de mooie balts. Na de paring gaan de vogels op zoek naar een geschikte broedplaats in de vorm van een holte. De koppels doen er alles aan om de nestplaats geheim te houden. Wanneer ze naar het nest vliegen, vliegen ze achter elkaar aan; het vrouwtje laat zich plotseling uit de lucht vallen en landt vlak bij het hol. De 8 tot 10 ivoorkleurige eieren worden alleen door het vrouwtje bebroed en komen na 29 tot 30 dagen uit. Als de kuikens uitgekomen zijn, moeten deze meteen naar het water. Soms is dit een tocht van enkele kilometers waarbij veel meeuwen en andere rovers het op de kuikens voorzien hebben. Soms haalt slechts één kuiken de waterkant. Waar de dichtheid van de bergeenden populatie groot is, worden vaak crèches gevormd zodra de kuikens te water zijn. De kuikens kunnen na een week al zelfstandig overleven.

 

De oudst Bergeend bekend werd 18 jaar en 11 maanden. (bron)

 

De bergeend in avicultuur

Sinds men sierwatervogels in tuinen en parken houdt is de Bergeend een bekende bewoner, zowel in Europese als ook in Amerikaanse collecties. Het zijn tenslotte mooie en vrij gemakkelijk te houden en te kweken eenden. Hun grove gansachtige uiterlijk met mooie kleuren tijdens het broedseizoen is voor veel mensen een reden om ze aan te schaffen.

 

In een te kleine ruimte kunnen ze vooral in het broedseizoen erg agressief zijn tegen andere soorten watervogels, er kunnen zelfs doden vallen. In dit geval kan men dus het best adviseren een koppel apart te huisvesten. Echter, wanneer men over genoeg ruimte beschikt kunnen een koppel heel goed in een gemengde collectie gehouden worden, het beste meerdere koppels bij elkaar. Door het houden van meerdere koppels in een gemengde collectie voorkomt men dat de bergeenden kleinere soorten zullen lastigvallen. De bergeendenmannen zullen namelijk alleen tegen elkaar tekeer gaan, een gelijke strijd dus, die meestal slechts met dreigingen en achtervolgingen gepaard gaat en niet met echte gevechten. Verschillende kwekers hebben door te kweken in kolonieverband goede resultaten behaald. Let echter wel op dat u dus over voldoende ruimte beschikt als u dit wilt proberen!

 

Omdat deze eenden ook in West-Europa in het wild voorkomen kunnen we concluderen dat ze prima in ons klimaat kunnen overleven. Behalve vijver die in de winter ijsvrij blijft hoeven we dus eigenlijk geen extra maatregelen te treffen voor deze sterke eenden.

 

Als voedsel kunnen we ze een menu voorschotelen van een algemeen onderhoudskorrel, eventueel aangevuld met eendengraan. Indien u uw watervogels een drijvend voer of zee-eendenfloating voert zullen ze ook hiervan profiteren, want ook dierlijke eiwitten nemen in ze in de natuur vaak tot zich. U zult Bergeenden dan ook regelmatig op het gras zien zoeken naar wormen en dergelijke diertjes. Soms zult u ze zelfs zien stampvoeten op het gras, zoals ook meeuwen vaak doen. Op deze manier proberen ze eigenhandig de wormen naar boven te lokken alsof er een mol nadert.

 

Tadorna_tadorna-04.jpg

 

Als Bergeenden in het voorjaar een nestplaats gaan zoeken kan dat gepaard gaan met veel rumoerigheid. De woerd zal zijn territorium goed verdedigen zoals eerder gezegd, dus voor andere eenden is het vaak oppassen. Wilt u de eenden een goede nestplaats gunnen, dan kunt u het beste een konijnenhol nabootsen waarin de eenden normaal gesproken zouden broeden. U doet dit vrij gemakkelijk door een heuveltje te maken en hierin een oude kunststof ton rechtop te plaatsen met het deksel naar boven. In de bodem van de ton maakt u enkele kleine gaten waardoor eventueel vocht uit de ton kan, want een natte bodem is natuurlijk onpraktisch. Vervolgens zorgt u ervoor dat u een gat maakt in de zijkant van de ton waaraan u een inloopbuis koppelt. Deze buis zal een hoogte (diameter) van zo’n 23 cm moeten hebben zodat de eend gemakkelijk naar binnen kan lopen.

 

Tadorna_tadorna-05.jpg

 

Eventueel kan een grote nestkast ook volstaan als broedplaats, echter deze moet zo geplaatst zijn dat de eend niet een trapje op hoeft te klimmen. De eenden moeten het gevoel krijgen dat ze een holte in de grond binnenstappen. Bergeenden zijn goede ouders die, indien ze in kolonie gehouden worden, zelfs creches kunnen gaan vormen. De 8 tot 10 eieren komen na 29 tot 30 dagen uit. Ze worden op de 12e dag geringd met een vaste voetring van 12 millimeter. De kuikens kunnen goed opgefokt worden met opfokkorrel en eventuele kunstmatige opfok levert ook weinig problemen op.

 

Kruisingen tussen bergeenden en andere soorten

Op het Duitse eiland Memmert is in juni 2000 een vogel ontdekt die een kruizing tussen een bergeend en een eidereend bleek te zijn. Het is al de tweede keer dat zo'n kruizing in het Niedersachsische deel van de Waddenzee werd aangetroffen. Dit verschijnsel is al een jaar of 12 bekend van het (eveneens Duitse) eiland Wangerooge. Er wordt wel gesproken over een ornithologische sensatie, omdat de beide ouders behoren tot verschillende klassen en normaal gesproken niet met elkaar paren. Deze kruizing kan (net als een ezel) zelf geen nakomelingen verwekken. Het jong zal waarschijnlijk in juli met andere niet-broedende bergeenden naar een van de ruigebieden in de Waddenzee trekken. In tegenstelling tot bergeenden hebben deze vogels een kleine aanloop nodig om op te kunnen stijgen. Van onderaf gezien lijkt hun silhouet precies op dat van een bergeend.

 

De hierboven beschreven vogels zijn de enige 2 in het wild levende exemplaren van deze hybride in Europa. In 1965 kropen in de dierentuin van Bazel 4 bergeend-eidereend hybriden uit het ei en in 1989 vloog zo'n vogel zich dood tegen een hoogspanningsleiding op het Deense eiland Rømø, waarna hij werd opgezet.

 

Verder worden er kruisingen gemeld tussen o.a. de Grijskopgans, Rode casarca, Australische casarca, Radjah eend, Paradijs casarca, Grijskop casarca, Nijlgans en Wilde eend. Het is niet onwaarschijnlijk dat er naast deze kruisingen nog meer mogelijk zijn. Let dus op dat je je bergeenden niet bij verwante vogels in één perk plaatst tijdens het broedseizoen, hetgeen op zich al moeilijk zal zijn in verband met agressieviteit van alle verwante soorten.

 

Invloed van de mens op de verspreiding van de bergeend

Door Prof. Dr. K.H. Voous (uit Vogels, mei/juni 1989)

 

Regelmatig wordt de vraag gesteld of de Bergeend een eend is of een gans, of dat hij er tussen in staat. Terwijl het verenkleed van de vrouwtjes van andere eenden opmerkelijke schuil- en camouflagekleuren bezitten en de broedende vogels daardoor weinig opvallen, is het Bergeend-vrouwtje even bont gekleurd als het mannetje. Maakt zij haar nest als regel in het donker van diepe holen omdat zij zo'n opvallende verschijning is, of kon zij het bonte mannetjeskleed verkrijgen doordat zij op zulke goed verborgen plaatsen broedt? Waarom is alleen zij zo bont gekleurd en zijn andere in holen broedende eenden of ganzen dat niet? Tenslotte: hoe groot was en is de invloed van de mens op het huidige voorkomen en de verspreiding van de Bergeend?

 

Wanneer het waar is dat de structuur en de bouw van ganzen primitiever en het baltsgedrag minder gespecialiseerd is dan die van eenden, dan zijn Bergeenden grote, stevige eenden en geen ganzen. Als bij alle andere eenden hebben Bergeend-woerden een grote, zefls dubbele kraakbeenblaas verbonden aan het diep in de borst liggende stemorgaan (syrinx). Daarmee zijn zij in staat hoge, fluitende geluiden voort te brengen die opmerkelijk verschillen van het diepe gak-gak dat vrouwtjes maken. Niet gansachtig zijn de modder-zevende, watertrappelende en grondelende foerageermethode en het bijna uitsluitend uit kleine diertjes bestaande voedsel: bij ons zijn dat wadslakjes, kleine kokkels en andere schelpdieren en kleine kreeftjes. Aldus wordt de Bergeend bij de in bouw en gedrag minst gespecialiseerde groep van eenden ingedeeld.

 

De Bergeend bewoont de kusten van West-Europa, van iets onder de poolcircel in Noorwegen tot in Zuid-Frankrijk. Zijn grootste populatiedichtheid ligt aan de zandige en slikrijke kusten van de Noordzee en in de Waddenzee. Daarnaast is er een groot broedgebied in de Midden-Aziatische steppengebieden met zijn brakke binnenland-riviermondingen en zoute meren. Verder zijn er enkele verspreide broedplaatsen in lagunen en droge kustgeb ieden van de Middellandse Zee, maar de mens, die de natuur rond de Middellandse Zee eeuwenlang heeft vernietigd, heeft er mèt veel andere vogelsoorten ook de Bergeend in feite uitgeroeid.

 

De Bergeend broedt langs de Noordzeekust vooral in konijneholen; in Midden-Azië in de holen van steppemarmotten. Verder in laaggelegen boomholten, op donkere plaatsen tussen rotsblokken, onder hooi- en takkenbossen en onder dicht struikgewas. Omstreeks 1770 waren zowel konijnen als Bergeenden op Eijerland (Texel) 'ongeloofelijk' talrijk en eieren en jongen van de Bergeend werden in groten getale voor de siervogelhandel verzameld. Later, in de moeilijke jaren tijdens de Frans Revolutie, was er meer te verdienen aan konijnen dan aan Bergeenden en werden Bergeenden geweerd, verdreven en bejaagd. langs de hele Noordzeekust werden zij zeldzaam. Bij ons werd de jacht op Bergeenden, maar niet de handel, in 1923 verboden. 
Sindsdien is de Bergeend sterk in aantal toegenomen, tot rond 1975 in ons land naar schatting 4.000 broedparen. Men kan zich afvragen waar de Bergeend bij ons heeft gebroed vóór de konijnen aan het begin van onze jaartelling in onze streken werden ingevoerd. Waren zij er soms niet en zit er iets 'onnatuurlijks' in hun huidige verspreiding en talrijkheid in West-Europa?

 

Wanneer de Bergeend-ouders er in zijn geslaagd hun kukens vanuit de duisternis van hun ondergrondse nestplaatsen naar ondiep, open water te hebben geleid, verzamelen zich de jonge Bergeendjes in crèches van soms vele tientallen onder de hoede van slechts enkele ouders. De meeste oude vogels trekken daarna al spoedig weg naar centrale ruiplaatsen waar de vogels door het gelijktijdig verlies van alle vleugel- en staartpennen opmerkelijk hulpeloos zijn. De latere oogarts J. Hoogerheide en de leraar klassieke talen W.K. Kraak hebben als eersten de afwezigheid van volwassen Bergeenden in ons land in de maanden juli en augustus ontdekt (1942). Later is dit ook elders gevonden en kon het verloop van de zogenaamde ruitrek worden beschreven. In het Noordzeegebied liggen de grootste ruiplaatsen op een paar grote zand- en modderbanken van de Duitse Wadden, 15 km uit de kust tussen de mondigen van de Elbe en de Weser: het zijn de Grote en Kleine Knechtsand bij Mellum en het kleinere, noordelijker gelegen Trischen. Meer dan 100.000 Bergeenden afkomstig uit alle Noordzeekusten van Noorwegen en Zweden tot Ierland maken hier op een oppervlakte van omstreeks 5,6 km2 (gemeten bij hoogwater) de volledige, veel energie kostende nazomer-rui door. Dit wordt alleen mogelijk gemaakt door de uitermate grote voedselrijkdom van de Waddenzee en door de beschermde ligging ten opzichte van het geweld van de uit de Helgolander Bocht aanrukkende zomerstormen en de afwezigheid van roverijen van landroofdieren en van de mens. Dat laatste is maar ten dele het geval geweest, want tot ver in de vorige eeuw (19de eeuw) werden onder de niet tot vliegen in staat zijnde Bergeenden grote slachtpartijen aangericht ten behoeve van de verenhandel. Nu het water van de grote rivieren en dat van de Noordzee in toenemende mate vergiftigd slib aanvoeren, komen alle Noordzee-Bergeenden en de honderdduizenden andere wadvogels in groot gevaar. De andere West-Europese rui-centra, aan de westkust van Engeland, op onze Ventjagersplaten en aan de Beneden-Westerschelde (alles bij elkaar nog geen 10.000 vogels), verschaffen de Bergeenden onvoldoende alternatieve mogelijkheden om hun jaarlijkse kwetsbare ruiperiode te overleven. Aldus is de mens de van oudsher alles bepalende factor in het leven en het voortbestaan van de Bergeend in het Noordzeegebied.

 

2008_02_08_2169.JPG

Boven: volwassen paar bergeenden (woerd achteraan)

 

2008_02_28_3138.JPG

Boven: volwassen bergeend woerd

 

2009_04_06_9999_206.JPG

Boven: volwassen bergeend woerd

 

2010_12_01_9999_84.JPG

Boven: volwassen bergeenden, vrouw vooraan

 

2011_06_03_9999_73.JPG

Boven: bergeend kuiken van enkele dagen oud

 

2011_07_09_9999_87.JPG

Boven: juveniele bergeend

Powered by liveSite Get your free site!