Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Watervogels in de Verenigde Staten

Verslag en foto’s door Jan Harteman, 2009

 

Op dinsdag 20 oktober 2009 vertrokken vier enthousiaste watervogelliefhebbers uit Nederland richting de Verenigde Staten. In North Carolina vond namelijk de jaarlijkse conventie plaats van de International Wild Waterfowl Association (IWWA). De conventie werd gehouden op het terrein van Sylvan Heights Waterfowl Park & Eco-Center.

 

International Wild Waterfowl Association (IWWA)

De IWWA is opgericht in 1958 door watervogelpioniers Jean Delacour, Sir Peter Scott, Dillon Ripley, Randall Maybey en George Allen. Hun eerste doelstelling was het beschermen van de sterk bedreigde Trompetkraanvogels (Grus americana) en Trompetzwanen (Cygnus buccinator) in Noord-Amerika. Vandaag de dag telt de IWWA leden vanuit de hele wereld.

 Sinds de oprichting van deze non-profit organisatie komen de leden jaarlijks bij elkaar tijdens de zogenoemde conventie. Kwekers, ornithologen, studenten, wetenschappers en dierentuinen delen tijdens deze conventie hun kennis en ervaringen om watervogels te beschermen binnen een aantal interessante projecten. Tijdens conventies worden doorgaans enkele vogelcollecties bezocht, maar één dag staat ook altijd in het teken van lezingen. Daarnaast worden er jaarlijks awards uitgereikt aan personen die veel betekenen voor de avicultuur.

Op woensdag 21 oktober kwamen de deelnemers samen in Roanoke Rapids, North Carolina. Tijdens de receptie in het Hilton Garden Inn hotel was er gelegenheid om met elkaar kennis te maken. We ontmoetten er veel bekende namen uit de Amerikaanse watervogelwereld, maar er waren ook deelnemers uit bijvoorbeeld Canada, Engeland, Schotland en Estland. Uit Nederland waren Peter en Coba Kooij, Olivier Vogel en Jan Harteman aanwezig.

 

IMG_0122.jpg

Boven: een volwassen trompetzwaan, de grootste watervogelsoort

 

Amerikaanse watervogelcollecties

Op donderdag 22 oktober zat iedereen rond 7.00u aan het ontbijt, want om 8.00u vertrok de touringcar voor de eerste activiteit, het bezoek aan twee mooie vogelcollecties.

We begonnen echter met een bezoek aan het North Carolina Museum of Natural Sciences. Het museum geeft op moderne en interactieve wijze een prachtig beeld van de natuur in de staat North Carolina. In de entreehal zagen we geprepareerde vogelsoorten zoals zwanen, pelikanen, zangvogels en spechten in hun meest natuurlijke pose. In de aangrenzende ruimte waren er zeer imposante (complete!) skeletten van diverse walvissen te zien. De skeletten waren opgehangen aan het plafond waardoor je onder deze zeereuzen kon doorwandelen. IWWA bestuurslid Walter Sturgeon kon ons als oud assistent-directeur van het museum een kijkje in de beveiligde kelder gunnen. Hier gaf de curator enige uitleg over de verzameling balgen (studiepreparaten van dieren) van de vogels. We zagen veel geografische kleurvariaties van Oehoes en alle ondersoorten van de wilde Kalkoen. Maar ook de verzameling watervogels was erg compleet en interessant. Terug in het publieke museum konden we in een nagebootst loofbos onze kennis op de proef stellen door de geluiden van vogels en ander wild te determineren.

Na de lunch vertrok de bus om rond 14.00u aan te komen bij de vogelcollectie van Bo Mc Lamb. De uitgebreide vogelcollectie bestaat voornamelijk uit watervogels, maar daarnaast zijn er ook diverse soorten hokko’s, groene pauwen en kromsnavels aanwezig. Heel bijzonder was de Florida Sandhill kraanvogel (Grus canadensis pratensis), de kleinste ondersoort van de Canadese kraanvogel (Grus canadensis) waarvan nog maar zo’n 5000 exemplaren in het wild leven. Mc Lamb’s watervogelcollectie bestaat voornamelijk uit zuidelijke soorten zoals behoorlijke aantallen Eksterganzen, alle casarca’s, de zuid-amerikaanse ganzensoorten, zeer veel Zwarte zwanen en de prachtige Reuzen Canadese ganzen (Branta canadensis maxima).

Even na 16.00u vertrok de bus naar het plaatsje Spring Hope, voor een bezoek aan de tuin van het echtpaar Walter en Gay Sturgeon. Walter is vrijwilliger bij het project Operation Migration, waarbij in avicultuur gekweekte Trompetkraanvogels geleerd wordt in de natuur te overleven. Door middel van ultralight vliegtuigjes wordt hen veilige trekroutes aangeleerd van het broedgebied naar het overwintersgebied. Tijdens deze lange tocht worden er tientallen stops gemaakt om te overnachten, terwijl de kraanvogels zelf in het voorjaar in veel langere etappes terugvliegen naar het broedgebied. In 2009 zijn er zo’n 20 Trompetkraanvogels grootgebracht, wat een record is! Sturgeon zelf bezit ook enkele kraanvogels zoals Witnek- en Saruskraanvogels. Maar minstens zo bijzonder zijn de Tule kolganzen (Anser albifrons elgasi). Deze zeldzame Kolgans is in 1975 door Delacour en Ripley beschreven en vernoemd naar IWWA president emeritus Bob Elgas. De Tule Kolgans is een stuk groter dan de in West-Europa overwinterende Kolgans (Anser albifrons albifrons). De oudst aanwezig vogel bij Sturgeon is 32 jaar geleden als ei in de natuur geraapt, net als de aanwezige Keizerganzen (Anser canagica). Overigens, de dierencollectie bestaat niet alleen uit vogels. De tuin biedt namelijk ook ruimte aan enkele reusachtige Sporenschildpadden (Geochelone sulcata) en Luipaardschildpadden (Geochelone pardalis).

Na dit tuinbezoek werd de dag afgesloten met een gezellige barbecue, begeleid door een blue grass band.

 

anser_albifrons_elgasi_1.jpg

Boven: Tule kolgans, Anser albifrons elgasi

 

Sylvan Heights Bird Park & Eco-Center

De voorgaande dag bleek slechts een voorproefje op watervogelgebied te zijn, toen we vrijdag het watervogelpark van Mike en Ali Lubbock bezochten. Sylvan Heights Waterfowl Park & Eco-Center is gelegen in Scotland Neck. Mike Lubbock was in het verleden curator bij de Wildfowl & Wetlands Trust in het Britse Slimbridge, maar hij en zijn gezin verkozen het avontuur in de Verenigde Staten. In 1989 vestigde de familie Lubbock zich in Scotland Neck om er de watervogelkwekerij voort te zetten die zij eerder in het bergdorpje Sylva hadden.

Sylvan Heights Waterfowl Breeding Farm is al tientallen jaren een begrip in de (Amerikaanse) watervogelwereld. Maar in 2006 werd hier het Waterfowl Park aan toegevoegd. De kwekerij en het park worden gescheiden door  een moeras, overbrugt door een vlonderpad. Het moeras fungeert als een natuurlijke corridor voor veel wilde dieren zoals verschillende soorten reptielen en amfibieën, eekhoorns, wasberen, herten en natuurlijk vogels. In augustus 2009 werd de Treehouse officieel geopend, een prachtige boomhut die hoog boven het moeras uitzicht biedt over het unieke stukje natuur. Vanaf de Treehouse zagen we schildpadden in het zonnetje en waren we ooggetuige van een primeur, namelijk een bever die voorzichtig voorbij zwom!

 

Wereldprimeurs

De watervogelcollectie van Sylvan Heights is de meest complete van Noord-Amerika en misschien de grootste van de wereld. In het park zijn zo’n 1000 vogels te zien, terwijl er in de kwekerij zelfs 3000 vogels leven! De kwekerij is normaal gesproken gesloten voor publiek, maar tijdens de convention werden we door de familie en vrijwilligers rondgeleid langs de vele perken en grote volières. Ook kregen we een kijkje in de grote schuur met broedmachines en opfokgelegenheid.

Vanwege het warme klimaat in North Carolina, worden er relatief veel zuidelijke watervogels gehouden in vergelijking tot in West-Europa. De Lubbocks hebben regelmatig een wereldprimeur gekend, want met diverse watervogelsoorten hebben zij als eerste gekweekt. Ook spelen ze een belangrijke rol bij het verspreiden van (nieuwe) watervogelsoorten in Noord-Amerika, want in 2006 waren zij de eerste die met de Madagascartaling kweekten en in 2008 kwamen de eerste Chinese zaagbekken uit het ei. Verder zien we in het park veel Afrikaanse, Indische en Groene pygmeegansjes in mooi beplante volières. Met de Afrikaanse en Indische pygmeegans wordt regelmatig gekweekt, maar met de Groene pygmeegans (Nettapus pulchellus) is het helaas nog niet gelukt. Gelukkig heeft Arnold Reuvers al wel goede resultaten geboekt (zie Aviornis nr. 183, juni 2005) en zijn er enkele van zijn nakweek dieren overgevlogen naar North Carolina. Veel soorten leven in grote gemengde volières van soms honderden vierkante meters, maar de Groene pygmeegansjes zijn onlangs verplaatst naar kleinere volières naar het voorbeeld van Reuvers. Hopelijk werpt deze omschakeling zijn vruchten af!

De dominante watervogels worden  uiteraard in gescheiden perken gehouden, maar allemaal overdekt met netten. Dat moet ook wel, want er leven veel roofvogels in de moerassen en  bossen in de omgeving. Daarnaast moet je sterk in je schoenen staan om wasberen en andere rovers tegen te houden. Je zult komt dan ook maar weinig geleewiekte vogels tegenkomen; bijna alle watervogels kunnen op de wieken als ze willen vluchten. Mike Lubbock heeft daarnaast de ervaring dat vliegende watervogels doorgaans veel tammer zijn dan geleewiekte watervogels. Ze hebben zichzelf namelijk aangeleerd dat ze op het laatste moment nog makkelijk naar het water kunnen vluchten. Dit in tegenstelling tot geleewiekte vogels die minder makkelijk bij het veilige water raken. Het bijkomende voordeel van tammere watervogels is ook dat ze zich minder laten storen tijdens het voortplantingsseizoen en dat de vrouwelijke dieren (bij eventuele natuurbroed) hun kuikens makkelijker kunnen warm houden. Alle vijvers zijn voorzien van continue stromend water, wat in het zuidelijke klimaat vooral belangrijk is voor soorten zoals eiders en harlekijneenden.

 

Green pygmy goose

Boven: Groene pygmeegans, Nettapus pulchellus, volwassen woerdje

 

Multinationaal en continentaal

Het watervogelpark aan de andere kant van het moeras is geheel anders ingericht dan de oorspronkelijke kwekerij. Zo zijn de volières ingedeeld per continent en is het doel niet dat alle dieren zich voortplanten. Het entreegebouw is voorzien van een congreszaal, waar men tijdens openingsuren een korte introductiefilm kan bekijken over het park. Als we het park binnenlopen via een veranda, komen we bij de zogenaamde Multinational pond, een vijver waar watervogels uit alle werelddelen samen leven. Deze vijver, eigenlijk een mooi symbool voor de Amerikaanse multiculturele samenleving, is misschien wel de meest kleurrijke van het park. Allerlei soorten stekelstaarteenden, fluiteenden, talingen en natuurlijk mandarijneenden leven er samen. Maar om kruising te voorkomen zijn het bijna alleen maar mannelijke vogels.

Opvallend is het aantal grote groepen vogels die men niet snel zou combineren. We stonden raar te kijken toen we een vijver zagen met maar liefst vijf broedende koppels zwarte zwanen op enkele meters afstand van elkaar! Ieder koppel had zijn eigen eilandje van enkele vierkante meters. Volgens Lubbock is dit alleen mogelijk als je de vogels van jongs af aan went aan het leven in kolonieverband. In dezelfde volière telden we ook nog eens zeker tien koppels Australische casarca’s, diverse koppels radjah eenden én een koppel paradijscasarca’s. En natuurlijk waren er nog Eksterganzen, zwom er een grote groep Eyton fluiteenden en had het koppel Maskerkieviten er juist vier jongen grootgebracht.

De Zuid-Amerikaanse volière werd bewoond door rode ibissen, Coscoroba’s, zwarthalszwanen en Cayennebosrallen (Aramides cajanea). De Orinocoganzen vlogen over je hoofd, gevolgd door roodbek- en witwangfluiteenden en bronsvleugeleenden. Even later kwamen er nog trompetvogels en hokko’s tevoorschijn. Wat een schouwspel!

Het zou teveel worden om alle soorten stuk voor stuk op te noemen in alle mogelijke volières, maar enkele hoogtepunten zijn nog wel de volière met maar liefst dertig volwassen Witvleugelboseenden, grote groepen baltsende Kuifzaagbekken en Grote Tafeleenden en, hoewel geen watervogel, het Australische boskalkoen. De flamingokolonie bestaat uit zowel Chileense flamingo’s als kleine flamingo’s, wat overigens geen enkel probleem oplevert in deze combinatie. De reden hiertoe zou medewerker Brad Hazelton de volgende dag uitleggen.

 

Cairina_scutulata-01.jpg

Boven: Witvleugelboseend, Asarcornis scutulata

 

Sprekersprogramma

Zaterdag 24 oktober was de dag van de voordrachten. Diverse sprekers zouden hun opwachting maken om iets te vertellen over hun werkzaamheden in de watervogelbusiness. Om 8.00u in de ochtend zaten de meeste toeschouwers fris in de zaal, een enkeling had nog wat last van de gezellige avond ervoor. Desalniettemin stelde Mike Lubbock de eerste spreker van de dag voor, Brad Hazelton.

 

Succesvolle kweek met kleine flamingo's

Brad Hazelton was voorheen curator van de vogels in de Forth Worth Zoo in Texas. Sinds de opening van het nieuwe Sylvan Heights watervogelpark is Hazelton aangenomen als curator in dit park. Omdat het de wens van de Lubbocks was om ook flamingo’s in het park te huisvesten, werd Hazelton gevraagd welke soort hiervoor het meest geschikt zou zijn. Hazelton had voorheen in de Forth Worth Zoo al mooie kweekresultaten behaald met kleine flamingo’s (Phoeniconaias minor), dus voor hem was de keuze heel gemakkelijk: hij wilde met een nieuwe groep kleine flamingo’s ook kweekresultaten bereiken. En zo kon er later een groep van zo’n 80 kleine flamingo’s in het park worden verwelkomt! Alle vogels zijn afkomstig uit Tanzania en na geslachtsbepaling bleek dat er slechts 10 vrouwen in deze groep aanwezig waren. Zo’n scheve geslachtsverhouding is een algemeen probleem bij kleine flamingo’s, maar Hazelton liet zich hierdoor niet tegenhouden.

In het voorjaar van 2009 werden de vrouwelijke dieren samen met mannelijke dieren gehuisvest in een kleine stal van slechts 20 vierkante meter. Er werden twee extra mannelijke vogels aan de groep toegevoegd, namelijk een koppel waarbij homoseksueel gedrag waarneembaar was. De planning was dat deze homoseksuele paren konden fungeren als pleegouders. Het koloniegevoel van de ruim 20 vogels werd vergroot, door in de stal op iedere muur spiegels te bevestigen op ooghoogte van de vogels. Als je in het midden van de stal zit, zie je jezelf oneindig vaak terug. Een groep van ruim 20 flamingo’s lijkt zo al gauw op een groep van tienduizenden vogels! In deze gesloten stal is een ondiepe vijver aanwezig (2/3 deel van het oppervlak) en een modderbank (1/3 deel van het oppervlak). In de afgelopen zomer begonnen aan nestbouw. Ook het homoseksuele paar begon met het bouwen van een nest. Toen de ‘echte paren’ hun eerste eieren hadden gelegd, ging het echter mis. Het homoseksuele paar wilde de eieren stelen. Hazelton greep in door op hun nest een kunstei vast te prikken in het nest. Hierop gingen de twee mannelijke vogels broeden. Omdat dit stel zo vast broedde, besloot Hazelton om het kunstei te vervangen door een bebroed ei van een ander koppel. Hazelton hoopte dat het eigenlijke koppel hierna opnieuw zou gaan leggen, maar dit is helaas niet gebeurt. Gelukkig heeft het homokoppel hun pleegei wel zorgvuldig uitgebroed en… grootgebracht! Sterker, dit grootgebrachte kuiken is het eerst en enige kuiken wat in Sylvan Heights is grootgebracht. Het kuiken is inmiddels uitgegroeid tot een grote grijze en donzige vogel en loopt inmiddels al enige tijd buiten in de complete groep.

Naast de grote groep kleine flamingo’s zijn er ook Chileense flamingo’s toegevoegd. Deze twee soorten lopen bij elkaar in de volière, maar dit vormt volgens Hazelton geen enkel probleem. De koppels kleine flamingo’s worden immers vroeg in het voorjaar gescheiden van de volledige groep, waardoor de vrouwelijke kleine flamingo’s niet bevrucht kunnen worden door de Chileense mannen. Daarnaast zijn de mannelijke Chilenen dominant genoeg om hun vrouwtjes en nesten te verdedigen tegen opdringerige kleine flamingo’s.

 

Witvleugelboseenden in Cambodja

Nu was het woord aan Dr. Gary Riggs. Riggs, voormalig dierenarts van de Akron Zoo in Ohio, heeft in 2006 de non-profit organisatie Wild4Ever opgericht. Riggs zet via deze organisatie zijn veterinaire kennis over exotische wilde dieren in bij natuurbescherming. Wild4Ever is samen met de Wildlife Conservation Society en de IWWA betrokken bij een project om de witvleugelboseend te beschermen.

Het project kwam tot stand in februari 2008, toen men op zoek ging naar een populatie kritisch bedreigde witvleugelboseenden (Asarcornis scutulata, voorheen Cairina scutulata) in noordelijk Cambodja. De reis naar Cambodja was een enorm succes! Diverse koppels werden gevonden in de dichte oerwouden langs de Thaise grens. Dit is een zeer bijzonder resultaat, want de schuwe eenden leven zeer teruggetrokken in vaak ondoordringbare gebieden. Riggs moest roofdieren en zelfs landmijnen ontwijken, maar uiteindelijk werd iets zeer bijzonders ontdekt: een nestplaats van de eenden! Wild4Ever heeft met sponsorgeld de lokale bevolking laten helpen bij het beschermen van dit nest. Resultaat: 7 kuikens! Deze kuikens en hun ouders worden nu door de lokale bewoners in het gebied geobserveerd, om zo bruikbare informatie te verzamelen die van toepassing kan zijn voor het beschermen deze eenden.

Wild4Ever en zijn partners werken sindsdien in de gehele regio om de witvleugelboseend voor de toekomst te beschermen. Men heeft de verplaatsing van een brug in het oerwoud financieel mogelijk gemaakt, zodat de het broedgebied van de eenden met rust wordt gelaten. Met de lokale overheid is overeengekomen dat een belangrijk moeras niet gebruikt (vervuilt) wordt. In ruil bouwt de organisatie een vogelhut zodat de dorpelingen geld kunnen verdienen aan ecotoerisme, omdat vogelaars graag in het gebied komen vanwege de enorme verscheidenheid aan bijzondere vogels. Daartoe wordt een plan geschreven om regionaal het ecotoerisme te stimuleren. Er wordt gewerkt aan een regionaal educatieprogramma voor scholen om sympathie te creëren voor de noodzaak en waarde van lokale bescherming van deze eenden en de natuur in zijn geheel. Om ook nationale steun te krijgen van de Cambodjaanse overheid zal ook het onderzoek naar deze eenden worden voortgezet, zodat de overheid zal inzien wat de waarde van deze eenden is voor het gebied.

 

Cairina_scutulata-04.jpg

Boven: Witvleugelboseenden, Asarcornis scutulata

 

Zeehonden en zee-eenden in het het centrum van New York City

Het klinkt misschien onwaarschijnlijk, maar in het centrum van de metropool New York leeft een bijzondere verscheidenheid aan watervogels. Jeffrey Sailer, directeur en curator van de Central Park Zoo, liet in een presentatie zien hoe de collectie watervogels in de dierentuin is opgebouwd.

Sailer werkte voorheen in de Miami Metrozoo en sinds 2006 is hij werkzaam in de Central Park Zoo. De Central Park Zoo is een van de vijf dierentuinen in New York en ontvangt jaarlijks een miljoen bezoekers. Toch is het met twee hectare een van de kleinste dierentuinen in de stad. Ter vergelijking, de bekende Bronx Zoo in New York meet 200 hectare! Daarom kunnen er geen grote dieren zoals olifanten of giraffes worden gehouden in Central Park Zoo. De grootste dieren zijn ijsberen, maar het merendeel van de dieren bestaat uit vogels. Tijdens zijn studie aan de Ball State University in Indiana bestudeerde hij vruchtenduiven in Nieuw Guinea en Paradijsvogels in Indonesië. Sinds zijn aanstelling in de dierentuin zijn er dan ook al twee koppels paradijsvogels aan de collectie toegevoegd. Sinds Sailer in 2006 in de Central Park Zoo werkt, kwam hij ook meer in contact met Mike Lubbock, waardoor zijn liefde voor watervogels groeide.

Dit resulteerde in een interessant experiment, namelijk het toevoegen van watervogels aan het bassin van de zeehonden. Interessant, omdat zeehonden erom bekend staan dat ze wel eens eenden willen eten. Echter, meestal gaat het hierbij om de grijze zeehond (Halichoerus grypus) en niet om de gewone zeehond (Phoca vitulina) zoals deze in Central Park Zoo. Toen in het zeehonden verblijf de eerste eenden werden losgelaten, ging het eigenlijk gelijk mis. De buffelkopeenden (Bucephala albeola) sprong het bassin uit, om vervolgens nooit meer het water in te willen. Drie dagen lang zaten de eenden op de kant, zo hoog mogelijk op de rotsen. Het was duidelijk dat de eenden niet het water in gingen, dus werden ze gevangen omdat ze mogelijk al die tijd ook nog niet gegeten en gedronken hadden. Wat was hier aan de hand? De eenden waren in volièremilieu geboren en hadden nog nooit een zeehond of ander groot dier gezien. De buffelkopjes werden daarom op een andere vijver gezet. Ook met andere eendensoorten mislukte dit experiment, terwijl de zeehonden zich totaal niets aantrokken van de eenden. Wat nu gedaan? Experiment mislukt? Niet helemaal… Ondertussen was er door de dierentuin een Kleine toppereend (Aythya affinis) opgevangen, gevonden aan de kust voor New York. Deze eend werd na rehabilitatie in het verblijf van de zeehonden geplaatst. Wat gebeurde bleek bijna ongelofelijk: de eend zwom in het water alsof er niets aan de hand was. Hij dook tussen de zeehonden door op zoek naar voedsel, en bracht zijn tijd zelfs bijna niet op het land door. Na een tijdje besloot men om er nieuwe (gekweekte) eenden bij te plaatsen. En ook deze eenden bleven gewoon op het water zwemmen en doken naar hartenlust  tussen de zeehonden door. Blijkbaar fungeerde de topper letterlijk als lokeend, want alle eenden die nieuwe werden losgelaten zwommen zonder zorgen rond op de vijver. Ze leken de zeehonden niet eens te zien. En gelukkig werden de eenden ook door de zeehonden losgelaten. Inmiddels leven er diverse soorten zee-eenden op deze zeehonden vijver: kuifzaagbekken, grote zaagbekken, zwarte zee-eenden en zelfs brileiders!

Er leven in de Central Park Zoo trouwens veel meer watervogelsoorten zoals bergeenden, mandarijneenden, Afrikaanse pygmeegansjes, koningseiders, Amerikaanse brilduikers, Barrow’s brilduikers, zwaanganzen en zwarthalszwanen.

 

2011_03_19_9999_61.jpg

Boven: Koningseider, Somateria spectabilis

 

Tamme knobbelzwaan helpt studenten angst te overwinnen

Een van de mooie dingen van lesgeven is dat je grenzen van studenten kunt verleggen, dat vindt Jan Harteman. Jan gaf tijdens het sprekersprogramma een korte uiteenzetting over zijn werkzaamheden bij Groenhorst Barneveld. Voor de toehoorders was het wellicht een ver-van-je-bed-show, maar de wijze waarop in Nederland praktijklessen worden verzorgd over dierverzorging en veehouderij, sprak direct aan. Het oefenen van praktische vaardigheden, waarbij levende dieren worden gebruikt, dat is niet gebruikelijk in de Verenigde Staten.

Jan legde uit dat de collectie dieren van Groenhorst Barneveld al net zo uitgebreid is als dat van een bescheiden dierentuin, maar dat er vooral met huisdieren en kleine exoten wordt gewerkt. Geen zebra’s of roofdieren dus, maar wel gezelschapsdieren, landbouwhuisdieren en veel vogelsoorten. De vogelcollectie bestaat uit wilde hoenderachtigen, volièrevogels, watervogels, duiven, kippen en ooievaars. De leerlingen leren over de dagelijkse verzorging, maar in projectgroepjes moeten ze de vogels ook kweken. Vooraf speelt vooral de eerste kennismaking met vogels een belangrijke rol. Want hoe vreemd het voor een vogelliefhebber ook klinkt, veel studenten vinden vogels vaak best eng. De tamme kaketoe Karel, de rustige kippen en de tamme knobbelzwaan Maartje zijn dan ook de hoofdrolspelers bij het overwinnen van deze angst. Hoe vaak het is voorgekomen dat een angstige student na enige tijd graag met vogels aan de slag gaat is niet meer te tellen. Dat geeft veel voldoening!

 

Zwanen slachtoffer van loodvergiftiging

Duizenden trompetzwanen (Cygnus buccinator) en fluitzwanen (Cygnus columbianus columbianus) overwinteren jaarlijks in de akkers en moerassen van de Amerikaanse staat Washington en de aangrenzende Canadese staat British Columbia. Tijdens de winters van 2000, 2001 en 2002 hebben biologen, terreinbeheerders en vrijwilligers honderden dode en verzwakte zwanen verzameld in dit gebied. De Trumpeter Swan Society wilde graag de doodsoorzaak van deze enorme hoeveelheid vogels achterhalen.

Dr. Laurie Degernes, vogelarts aan de North Carolina State University, werd  door de Trumpeter Swan Society gevraagd om te helpen bij het onderzoeken van de verzwakte en dode zwanen. Het hoofddoel was de oorzaak te achterhalen en het in kaart brengen van de factoren die zulke grote ziekte- en sterftecijfers tot gevolg hadden. Een ander doel was het bieden van educatief veldwerk voor veterinaire studenten. De IWWA vond dit zo’n belangrijk onderzoek, dat zij dit onderzoek financieel heeft ondersteunt. Degernes gaf een presentatie over de opmerkelijke resultaten van haar onderzoek. 

Het probleem was zo groot dat het overgrote deel van de zieke zwanen tussen 2000 tot 2002 in het veld werd euthanaseert. Er was geen andere optie omdat opvangcentra te weinig capaciteit hadden om de enorme aantallen zwanen onder te brengen! De karkassen werden ingevroren waarna er autopsie op werd uitgevoerd (172 autopsies in 2001 en 228 autopsies in 2002). Er werd zoveel mogelijk informatie verzameld om de doodsoorzaak te determineren. Omdat er signalen waren dat er sprake was van vergiftiging, werd er in de lever onder andere gezocht naar zware metalen zoals lood, zink en koper. De spiermaaginhoud werd gecontroleerd op loden hagel en niet-giftige hagel en andere anorganische deeltjes.

Bij zwanen met een loodconcentratie van meer dan 20 mg per kg in de lever werd dit gekwalificeerd als klinische doodsoorzaak, oftewel de hoofdoorzaak. Bij zwanen met een loodconcentratie van 8 tot 20 mg per kg werd dit gekwalificeerd als subklinische doodsoorzaak, dit betekend dat de loodconcentratie geleid heeft tot bijverschijnselen waaraan het dier uiteindelijk is bezweken. Het aantal zwanen wat door loodvergiftiging is omgekomen was verbazingwekkend hoog. Meer dan 75% van de dode zwanen (322 van de 400 vogels) bleek omgekomen door loden hagel te hebben gegeten in het veld! Er was geen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke dieren, maar volwassen vogels waren 4,5x vaker slachtoffer dan onvolwassen vogels. De meeste dode zwanen werden gevonden in de regio Whatcom, waar ook relatief de meeste loodvergiftiging plaatsvond, namelijk onder 82% van de dode zwanen. De zink en koperconcentraties bij alle gevonden zwanen kon overigens in geen van de gevallen de doodsoorzaak zijn, daarvoor waren de concentraties te laag.

Gemiddeld bevatten de levers van vergiftigde trompetzwanen 51 mg lood per kg en van vergiftigde fluitzwanen 88 mg lood per kg. Het gemiddelde aantal loden kogeltjes in de spiermaag per zwaan was 15 en het aantal niet-giftige kogeltjes was gemiddeld 4. Eén volwassen trompetzwaan, een vrouw, had zelfs 384 loden kogeltjes in haar spiermaag en 309 niet-giftige! Men neemt aan dat de zwanen deze hagel eten wanneer ze behoefte hebben aan kiezel. Kiezel wordt opgenomen in de spiermaag waar het voedsel wordt vermalen, wat de vondst van hagel in de spiermaag kan verklaren.

Circa 16% van de onderzochte zwanen is gesneuveld aan aspergillose. Van deze zwanen had meer dan 50% loodvergiftiging opgelopen, maar men kon niet aantonen dat loodvergiftiging het effect van aspergillose werkelijk heeft versterkt.
Ongeveer 11% van de dode zwanen is gesneuveld door verwondingen, voornamelijk door het vliegen tegen hoogspanningskabels. De helft van deze vogels bevatte ook hoge loodconcentraties in de lever. Toch is het niet onderbouwd dat hiertussen een verband bestaat.

Watervogeljacht met loden hagel is in de Verenigde Staten sinds 1991 verboden, dus vergiftigde vogels nemen alleen achtergebleven lood op van vóór deze periode, tenzij er nog illegaal gebruik wordt gemaakt van loden hagel. Helaas is het de onderzoekers niet gelukt om te achterhalen waar de zwanen hun loodvergiftiging hebben opgelopen, omdat vooral volwassen vogels vergiftigd waren en dus gedurende lange tijd een hoge concentratie opbouwen. Sinds 2002 hebben biologen tientallen levende zwanen gevangen en voorzien van zendapparatuur, om hun vliegpatronen en foerageergebieden precies in kaart te brengen. Veldonderzoek moet nu uitwijzen waar de vogels hun loodvergiftiging oplopen en waar dus hoge concentraties oude hagel achtergebleven zijn of illegaal wordt gebruikt. De resultaten hiervan zijn nog niet bekend.

 

Cygnus_columbianus-02.jpg

Boven: Baltsende fluitzwanen, Cygnus columbianus columbianus

 

Hapjes en drankjes

Na de voordracht door Dr. Degernes was iedereen toe aan een hapje en een drankje. Hiervoor reden we met de bus naar de het dorp Tillery, waar een hechte gemeenschap woont, verbonden in de Concerned Citizens of Tillery. De gemeenschap bestaat uit nazaten van de slavernij in dit dorpje. Vrijwilligers van de gemeenschap hebben een heerlijke lunch bereid en verteld over de indrukwekkende geschiedenis in het dorp.

In de avond vond het jaarlijkse banket plaats, waarbij iedereen deftig gekleed dineert. Tijdens het banket worden ook de jaarlijkse IWWA awards uitgereikt, prijzen ter erkenning van bijzondere prestaties of gedrevenheid in de watervogelwereld. Zo ontving Nick Hill een award voor zijn bijdrage aan de kweekresultaten bij Sylvan Heights Waterfowl en Brad Hazelton ontving een award voor de bijzondere kweekresultaten met de kleine flamingo. Nancy Collins, een echte veteraan in de hobby, werd opgenomen in de Hall of Fame voor haar toewijding. Nancy heeft veel betekend voor de verspreiding van de Noord-Amerikaanse stekelstaarteend in Amerikaanse watervogelcollecties. Zij was tientallen jaren geleden een van de eerste die grote aantallen ruddy ducks wist te kweken en groot te brengen. Ook Gus Ben David werd opgenomen in de Hall of Fame. In Martha’s Vineyard, een eiland voor de kust van Massachusetts, is Gus werkzaam in zijn eigen World of Reptiles & Birds Park. Hij ontving zijn award voor zijn toewijding waarmee hij mensen enthousiasmeert voor watervogels en de natuur in het algemeen. Op een groot scherm werden, geheel op zijn Amerikaans, foto’s van Nancy en Gus vertoond van hun jeugdjaren tot vandaag de dag. Beide vogelliefhebbers werden toegesproken en geprezen door mensen zoals Tim Baird en Frank Todd. Het was bijzonder om dit banket eens mee te maken en om de Amerikaanse cultuur onder watervogelliefhebbers te proeven.

 

Sneeuwganzen en roze lepelaars op de Outer Banks

De Outer Banks vormen een smalle maar lange eilandengroep voor de kust van North Carolina. Deze eilanden zijn het gehele jaar rond een bijzonder toevluchtsoord voor vele soorten vogels. In totaal kan men er bijna 400 vogelsoorten tellen, al is een groot deel maar een gedeelte van het jaar aanwezig. Oktober is de tijd van het jaar waarin veel broedvogels het gebied hebben verlaten of juist vertrekken. Maar daar staat tegenover dat veel wintergasten juist aankomen.

Een kleine groep van 14 deelnemers vertrok in de middag van zondag 25 oktober naar de Outer Banks, een rit van zo’n twee uur. Tijdens deze rit zagen we al een groot aantal vogels waaronder kalkoengieren, grijze spotlijsters en Carolina-eenden (ja, vernoemd naar hun natuurlijke leefgebied). Aangekomen op Roanoke Island, onderdeel van de Outer Banks, bezochten we de North Carolina Aquariums. In dit aquariumcomplex konden we vele vissoorten zien die voorkomen voor de Atlantische kust of in de moerassen van de regio. Daarnaast waren er ook de lokale amfibieën en reptielen te zien zoals alligators. In de avond maakte een enkeling een strandwandeling, waar de eerste bijzondere zeevogels al in het vizier kwamen: bruine pelikanen (Pelecanus occidentalis) en Amerikaanse grijze ruiters (Tringa incana).

Op maandag 26 oktober trokken we er al vroeg op uit om vogels te kijken. Onze bestemming was Pea Island National Wildlife Refuge, een natuurgebied met een mooi bezoekerscentrum is gevestigd aan een lagune. De eerste bruine pelikanen werden weer snel gezien en er zouden er nog tientallen, nee honderden, volgen! Wat een prachtig gezicht om overvliegende pelikanen in formatie te zien, of om ze in de lagunen te zien duiken op zoek naar vis. Hetzelfde gedrag vertoonden tientallen Jan-van-Genten (Morus bassanus) op volle zee. Turend vanaf het strand zagen we de eerste wintergasten arriveren: grote groepen Amerikaanse zwarte zee-eenden (Melanitta nigra americana), witvleugel zee-eenden (Melanitta fusca deglandi) en zelfs brilzee-eenden (Melanitta perspicillata)! Eigenlijk kon deze dag niet meer stuk, want we zagen deze vogels bijna allemaal voor het eerst in het wild vliegen. Toch hadden we nog wat bijzondere vogelsoorten in het vooruitzicht. Want veel vroeger dan normaal in het najaar vlogen de eerste kleine  sneeuwganzen (Anser caerulescens caerulescens) al over ons heen, waaronder ook enkele in de blauwe variant.

Terug bij het bezoekerscentrum konden we onze vizieren richten op andere bijzondere wintergasten, drie fluitzwanen. En dat terwijl enkele zomergasten nog aanwezig waren, namelijk twee witte pelikanen (Pelecanus erythrorhynchos), tientallen witte ibissen (Eudocimus albus) en op grote afstand zelfs drie ongebruikelijke roze lepelaars (Platalea ajaja). Onze lijst kon verder aangevuld worden met grote zilverreigers, kleine blauwe reigers, witbuikreigers, Amerikaanse smienten, Amerikaanse zwarte eenden, blauwvleugeltalingen, Amerikaanse wintertalingen, Canadese ganzen, dikbekfuten, een visarend, roodstaartbuizerd, Amerikaanse torenvalk, killdeer pleviertjes, marmergrutto, allerlei meeuwen, Carolinaduif, bandijsvogel, viskraaien en… nog veel meer. In totaal hebben we samen 78 vogelsoorten geteld in één dag tijd.

 

Aviornis Internationaal?

We hadden natuurlijk een aantal Aviornis tijdschriften meegenomen naar de Verenigde Staten, om te laten zien wat Aviornis is en wat we doen. Het tijdschrift werd als zeer hoogwaardig ingeschat, zelfs al konden de meesten er geen woord van begrijpen. De kwaliteit van het tijdschrift verrastte iedereen heel positief! Tevens hebben we uitgelegd hoe het mooie watervogelboek tot stand is gekomen. Er was bij onze Amerikaanse vrienden enorm veel belangstelling voor de vereniging, met name bij de mensen van Nederlandse herkomst. Zij konden nog een woordje Nederlands begrijpen.  Er zijn zachtjes wat ideeën uitgewisseld om in de toekomst contact te houden, dus wie weet wat hier uit voortvloeit.

 

Geweldige belevenis

Het aantal vogelsoorten wat we in deze week hebben gezien en het aantal leerzame momenten bij elkaar opgeteld, kan niet anders geconcludeerd worden dat het een vogelrijke beleving was! En dan noem ik nog niet eens alle boeiende gesprekken, of de soms geweldige discussies en sterke verhalen aan de tap met een Corona in de hand. De geweldige sfeer met de aanwezige professionals, biologen, kwekers en hobbyisten maakte het tot een unieke ervaring. Het was een bijzondere week die ik iedere vogelliefhebber wil aanraden eens mee te maken!

Tipje van de sluier: in het najaar van 2010 zal deze IWWA conventie heel wat dichter bij huis plaatsvinden, maar daarover zal snel genoeg meer bekend worden.

Powered by liveSite Get your free site!