Harteman Wildfowl, presented by Jan Harteman

Brazilië:  Criadouro Poços de Caldas

Verslag en foto’s door Jan Harteman, 2010


In deel 2 van het verslag nemen we u mee naar de vogelcollectie Criadouro Poços de Caldas in de staat Minas Gerais. Deze collectie omvat ruim 3.500 vogels van zo'n 325 soorten, waaronder veel Zuid-Amerikaanse soorten die in Europese collecties niet of weinig gehouden worden. Kortom: een feest om eens uitgebreid rond te kijken!


Poços de Caldas

De stad Poços de Caldas ligt in het zuidwesten van de Braziliaanse deelstaat Minas Gerais en telt ongeveer 152.000 inwoners (2009). De stad is gelegen op zo'n 1200 meter hoogte in een oude vulkaankrater, op zo'n 250 km van São Paulo en 160 km van het vliegveld in Campinas. De stad is goed bereikbaar met het openbaar vervoer of met de auto, want ook de snelwegen zijn van prima kwaliteit.

 

De regio kent een milder klimaat dan de Pantanal, waardoor de zomers niet heet en minder nat zijn, met een gemiddelde temperatuur van 21 graden Celsius. Gedurende het jaar is de gemiddelde temperatuur 17 graden Celsius. De stad is bekend om haar badhuizen, de glasblazers en de mineraalrijke bodem. De bauxietmijn in Poços is een van de grootste in de wereld, dit mineraal wordt ter plaatse verwerkt tot aluminium.

 

Poços is ook bekend van de zuivelgigant Danone. Het van oorsprong franse merk Danone is in Latijns-Amerika geïntroduceerd door vogelliefhebber Moacyr Carvalho Dias, waarna hij een zuivelfabriek bouwde in Poços de Caldas. De fabriek werd een groot succes en heeft Carvalho Dias geen windeieren gelegd.

 

Criadouro

Criadouro Poços de Caldas is de naam van een bijzondere vogelkwekerij, het betekent letterlijk Farm Poços de Caldas. Vogelliefhebber Carvalho Dias heeft al vogels sinds zijn jeugd, maar sinds 1980 heeft hij in Poços de Caldas ook de beschikking over een terrein van maar liefst 13,6 hectare! Hier heeft hij een zeer indrukwekkende collectie vogels kunnen samenstellen van zo'n 350 soorten, waaronder tinamoes, hokko’s, kromsnavels en watervogels.

Naast deze kwekerij is op het terrein ook het Ave é Vida Institute gevestigd. Het Ave é Vida Institute is een erkende non-profit organisatie en is betrokken bij diverse conservatie projecten zoals dat van de Alagoas mesbekhokko (Mitu mitu). In 1999 ontving Carvalho Dias tien paar van deze hokko’s via IBAMA (een dependance van het Braziliaanse ministerie van agricultuur). Deze soort is uitgestorven in het wild en wordt op slechts één andere locatie in de wereld (nabij Belo Horizonte, Brazilië) gekweekt.

 

Enkele jaren geleden is de familie Kooij uit het Noord-Hollandse ’t Zand een samenwerking  aangegaan met de vogelliefhebber omdat er geen opvolging is binnen de familie van Carvalho Dias. Er is in korte tijd een modern breeding laboratory gebouwd, voedingsschema’s zijn aangepast, personeel wordt bijgeschoold, de collectie watervogels is uitgebreid en de kweekresultaten van veel vogelsoorten zijn verbeterd in de afgelopen twee jaar.

 

Door de samenwerking met de universiteit van Poços de Caldas, de universiteit van São Paulo en het Zoölogisch Museum, IBAMA en andere non-profit organisaties, wordt het nu mogelijk om op het terrein van Criadouro Poços de Caldas meer faciliteiten te ontwikkelen voor kweekprojecten van bijvoorbeeld de Braziliaanse zaagbek. IBAMA en Terra Brasilis zijn het met elkaar eens dat binnen korte tijd een kweekproject op gang moet komen om de Braziliaanse zaagbek voor uitsterven te behoeden. Een droom voor de familie Kooij wordt hiermee werkelijkheid.

 

Collectie

Het terrein van de kwekerij wordt door Robert en de anderen meestal sitiogenoemd, wat kleine boerderij betekent. Maar van een kleine boerderij is eigenlijk totaal geen sprake als je deze vogelkwekerij vergelijkt met andere. De sitio is gelegen op een steenworp afstand van de Danone fabriek, maar gelukkig is er van de rumoer en bedrijvigheid niets te merken.

 

De vogelcollectie kan in een aantal afdelingen verdeeld worden. Elke afdeling is te vinden op een eigen deel van het terrein met eigen gebouwen en volières. En elke afdeling heeft zijn eigen dierverzorgers. Zo werken er in totaal bijna 20 dierverzorgers op de sitio. Daarnaast zijn er een aantal mensen voor de administratieve werkzaamheden en zijn er drie dierenartsen voor veterinaire zorg in dienst. De kwekerij is voorzien van een eigen groentetuin in een tunnelkas, er zijn sanitaire voorzieningen met douches voor het personeel, een grote werkplaats, een breeding laboratory... en bovenal zijn er veel uitbreidingsmogelijkheden.

 

Watervogels op de sitio

De watervogelcollectie is voor Europese begrippen misschien niet heel spectaculair, maar dit is natuurlijk afhankelijk van je verwachtingspatroon. Als we er vanuit gaan dat we geen noordelijke soorten zoals zee-eenden of eiders zullen aantreffen, welke vaak moeite hebben met een warm klimaat, dan is het toch nog een heel aangename collectie te noemen. Het overtrof mijn verwachtingen in ieder geval wel, juist omdat er ook een aantal soorten en ondersoorten te zien zijn die je in Europese collecties niet of nauwelijks tegenkomt.

 

Een aantal watervogels van het Zuid-Amerikaanse continent zijn nog weinig in Europese collecties te traceren, wetende dat er veel kruisingen in de handel aanwezig zijn. In de Braziliaanse collecties kom je echter nog wel eens tegen. Denk bijvoorbeeld aan de Zuidelijke roodbekfluiteend (Dendrocygna autumnalis discolor), de oorspronkelijke Muskuseend (Cairina moschata), Zuid-Amerikaanse knobbelpronkeend (Sarkidiornis melanotos sylvicola), Braziliaanse taling (Amazonetta brasiliensis ipecutiri) en Zuid-Amerikaanse duikeend (Netta erythrophthalma erythrophthalma). 


Het is niet vanzelfsprekend dat noordelijke soorten zoals de roodhalsgans (Branta ruficollis), witbuikrotgans (Branta bernicla hrota), taiga rietgans (Anser fabalis) en Ross' gans (Anser rossii) het ook goed doen, maar de meeste soorten waren toch wel productief. Vooral de grote Canadese ganzen (Branta canadensis) blijken er erg succesvol.


En terwijl het geen probleem is om zwarte zwanen (Cygnus atratus) te kweken, valt het niet mee om knobbelzwanen (Cygnus olor) en grote wilde zwanen (Cygnus cygnus) tot voortplanting te brengen. Blijkbaar is het voor deze twee soorten toch wat te warm naar hun zin.

 

De verzameling watervogels omvat zo'n 80 soorten eenden, ganzen en zwanen, maar de meest opvallende zijn toch wel de hoenderkoeten. De kuifhoenderkoet (Chauna torquata) kennen we ook wel van Europese collecties, maar de hoornhoenderkoet (Anhima cornuta) is een bijzonderheid. Het is een van de weinige watervogelsoorten (want feitelijk behoren ze tot de Anseriformes) die niet in Europa te zien is. Maar diverse kweekkoppels worden in de Braziliaanse volières gehouden tussen de eenden, waarbij ze een opvallende roep lieten horen welke niet vergelijkbaar is met de schreeuw van de kuifhoenderkoet.

 

Hoenderachtigen: van tandkwartel tot Mitu mitu

Als watervogelman heb ik altijd een zwak gehad voor hoenderachtigen. Misschien komt dat omdat ik er tijdens mijn ruim Aviornislidmaatschap mee ben opgegroeid. Misschien komt het wel omdat watervogels en hoenderachtigen in veel opzichten toch stiekem wel veel op elkaar lijken (en volgens de modernste inzichten zijn ze ook meer verwant aan elkaar dan wat men ooit had gedacht!). Hoe dan ook, ze zijn mooi en vaak bijzonder. En zeker de hoendervogels in Poços vormen een hele speciale collectie, want er waren veel soorten te zien die ik alleen van plaatjes kende.

 

De kleine hoenderachtigen worden onder andere vertegenwoordigd door germarmerde tandkwartels (Odontophorus gujanensis). In de fazanterie heb ik misschien wel de mooiste groene kamhoenders of Javahoenders (Gallus varius) gezien die ik ooit ben tegengekomen, wat eigenlijk ook gezegd kan worden voor de Lafayette hoenders (Gallus lafayettei). Misschien komt het ook wel omdat dit soort vogels het in een warm klimaat toch beter doen dan in het koudere West-Europes. Ze zagen er in ieder geval prachtig uit en waren allemaal in topconditie.

 

Naast gierparelhoenders (Acryllium vulturinum) lopen er in de volières ook hele mooie Edouardi kroeskopparelhoenders (Guttera pucherani edouardi) rond, een ondersoort die we in Europa niet of nauwelijks tegenkomen. Het Pucherani-kroeskopparelhoen (Guttera pucherani pucherani) wordt in Europa veel vaker gefokt en is ook regelmatig beschikbaar. Heel apart in de collectie waren ook de zeer donkere helmparelhoenders, namelijk mogelijke Numida meleagris galeata, een ondersoort die in Europa niet gehouden wordt.

 

De fazantensoorten in de collectie zijn vrij algemene soorten zoals goudfazant (Chrysolophus pictus), Lady Amherstfazant (Chrysolophus amherstiae), Elliotfazant (Syrmaticus ellioti), Humefazant (Syrmaticus humiae), koningsfazant (Syrmaticus reevesii), zilverfazant (Lophura nycthemera), prelaatfazant (Lophura diardi), Nepalfazant (Lophura leucomelanos), Vieillot's vuurrugfazant (Lophura ignita rufa) en Swinhoe's fazant (Lophura swinhoii). Deze fazanten werden veelal in trio of kwartet gehouden in ruime en goedbeplante volières, welke aan de voorzijde waren voorzien van een betonnen vijvertje. Hierdoor was het mogelijk om de fazanten te huisvesten in gezelschap van enkele koppels siereenden, meestal mandarijneenden (Aix galericulata) of Carolina-eenden (Aix sponsa). 
De Temminck tragopaan (Tragopan temminckii), Himalaya glansfazant (Lophophorus impejanus), Palawan pauwfazant (Polyplectron emphanum) en grijze pauwfazant (Polyplectron bicalcaratum) werden paarsgewijs gehouden.

 

Het meest indrukwekkende is de uitgebreide collectie Cracidae, oftewel de hokko's, guans en chachalaca's. Deze Centraal- en Zuid-Amerikaanse hoenderachtigen vormen een bijzondere groep vogels waarvan in Europese collecties veel minder soorten gehouden worden in vergelijking tot de Braziliaanse collecties. Niet verwonderlijk natuurlijk, maar ook in Brazilië is het aantal kwekers wat zich met deze wonderlijke vogels bezighoudt beperkt. 
Zes soorten goeans, drie soorten chachalaca's en dertien soorten hokko's worden in de collectie gehouden en gekweekt, waarvan enkele zeer zeldzame.

Goeans worden ook wel eens sjakohoenders genoemd, hoewel dat een naam is die je vooral nog in oudere literatuur tegenkomt. Samen met de hokko's en chachalaca's vormen ze de tegenhangers van fazanten en pauwen uit de Oude Wereld, met dat verschil dat ze ook veel in bomen leven. Hiervoor hebben ze een lange brede staart voor een goed evenwicht en grote ronde vleugels waarmee ze zelfs aardig kunnen zweven tussen de boomtoppen om riviertjes over te steken. De meeste soorten leven in paren, dus zullen ze ook paarsgewijs gehouden moeten worden. Chachalaca's leven buiten het broedseizoen vooral in grote familiegroepen. In de Pantanal zagen we soms wel groepen van 20 dieren bij elkaar foerageren op de bosbodem, op zoek naar vruchten, zaden, bladeren en insecten. De dieren preferen vochtige tot half-droge bossen.

 

In Poços de Caldas worden ruim 20 soorten Cracidae gehouden en gekweekt. De meest zeldzame is de Algoas mesbekhokko (Mitu mitu) welke de twijfelachtige eer heeft om in het wild volledig uitgestorven te zijn. In de collectie zijn ongeveer 10 paren aanwezig, welke samen met nog een tiental paren in een andere Braziliaanse kwekerij de volledige wereldpopulatie vormen! Alle dieren zijn in handen van de Braziliaanse overheid, geleid door IBAMA (een onderdeel van het ministerie van agricultuur).


Een aantal bekendere soorten zijn de bruine hokko (Crax rubra), Sclater's hokko (Crax fasciolata) en zuidelijke helmhokko (Pauxi pauxi). Van de chachalaca's wordt de Chaco chachalaca (Ortalis canicollis) het meest gekweekt in Europa. Andere opvallende soorten zijn de lelgoean (Aburria aburri), zwartmaskergoean (Pipile jacutinga), blauwknobbelhokko (Crax alberti) en nachthokko (Nothocrax urumutum).

 

Tinamoes en andere loopvogels

Behalve vogels lopen er ook verschillende grote zoogdieren rond. Lama's (Lama glama) en Sambarherten (Cervus unicolor) vinden hun weg in het hoge gras rondom een van de watervogelvijvers. Maar wat dacht je van paca's (Cuniculus paca) en zelfs heel tamme tapirs (Tapirus terrestris)! Temidden van de tapirs, coscorobazwanen (Coscoroba coscoroba) en een grote groep Orinocoganzen (Neochen jubata) lopen ook verschillende trio's emoes (Dromaius novaehollandiae) en nandoes (Rhea americana).

 

Maar de emoes en nandoes zijn niet de enige loopvogels (of ratites) in de kwekerij. Want tot deze superorde Palaeognathae behoren ook tinamoes, welke door een groot aantal soorten worden vertegenwoordigd in de collectie. DePalaeognathae vormen een vreemd clubje vogels van allerlei formaten en vormen. Ze variëren van de enorme struisvogel (niet aanwezig in Poços) tot de veel kleinere kiwi's en tinamoes. En hoewel sommige soorten niet kunnen vliegen, kunnen de tinamoes dat juist wel. Het lijkt dus onwaarschijnlijk dat deze vogels dan toch familie van elkaar zijn, maar volgens recente DNA onderzoeken blijkt dat ze toch grote overeenkomsten vertonen. Sinds 2008 is de taxonomische indeling van de loopvogels dan ook vollop in beweging (Hackettet al.). Een van de kenmerken is ook dat de loopvogels (ratites) een andersvormig borstbeen hebben dan alle andere vogels, namelijk rond en plat van vorm! In Poços worden zo'n 10 soorten tinamoes gehouden en gekweekt uit drie verschillende geslachten, namelijk TinamusCrypturellus en Rhynchotus.

 

Toekans, toerako's en duiven

Er worden zo'n tien soorten toekans en arassari's gehouden, waarvan de meeste reuzentoekans (Ramphastos toco) zijn, ook wel bekend als toko toekan. Een aantal van deze dieren zijn inbeslaggenomen dieren die rehabiliteren in de kwekerij. De vogels worden gehuisvest in verschillende type volières, van wat kleinere volières voor een succesvolle kweek, tot enorme vluchten van zo'n vijf meter hoog. In deze laatste volières worden vooral jonge dieren opgevangen die zich daar kunnen koppelen aan een soortgenoot. Ze kunnen dus zelf hun partner uitkiezen, wat vervolgens voordelen heeft voor een succesvolle kweek. 


Enkele andere soorten zijn de roodborstoekan (Ramphastos discolorus), roodsnaveltoekan (Ramphastos tucanus) en Ariel groefsnaveltoekan (Ramphastos vitellinus ariel).

De toerako's die we zagen waren de witwangtoerako (Tauraco leucotis), Livingstone's toerako (Tauraco livingstonii), witkuiftoerako (Tauraco leucolophus), Hartlaub's toerako (Tauraco hartlaubi) en Schildtoerako of Violettoerako (Musophaga violacea).

 

De grootste verrassing was de mooie verzameling duivensoorten. Een groot aantal zaad- en vruchtenetende duiven konden we goed bekijken in een aantal volières. Opvallende soorten waren natuurlijk die soorten die in Europese collecties ontbreken of weinig worden gehouden, maar ook de wat bekendere soorten waren soms in mooie aantallen aanwezig. 


Twee soorten kroonduiven bevolkten de volières, namelijk de gewone kroonduif (Goura cristata) en de Victoria kroonduif (Goura victoria). En hoewel een Guineaduif eigenlijk wegvalt bij de pracht van de kroonduiven, waren de Guineaduiven in Poços wel degelijk bijzonder. Want nooit eerder zagen wij exemplaren van de donkere ondersoort Columba guinea phaeonota uit Zuid-Afrika. In de volières vlogen ook enkele Manenduiven of Nicobarduiven (Caloenas nicobarica) rond en Palmtortels (Streptopelia senegalensis), beter bekend als Senegaltortel. 


Het meest bekoorde mij de verschillende muskaatduiven (Ducula sp.), waarvan helaas enkele (onder)soorten nog samen in volières werden gehuisvest. Maar er was verbetering gepland, want na een inventarisatie zouden alle dieren gescheiden worden zodat ze zich niet zouden gaan kruisen. We zagen er onder andere Ducula aenea aenea uit de Filippijnen en Ducula aenaea paulina van Celebes bij elkaar. Maar ook op bonte muskaatduiven (Ducula bicolor) lijkende soorten zoals de Ducula luctuosa waren bij elkaar gehuisvest, wat een keertje mis kan gaan. Daan heeft zijn best gedaan om ze in kaart te brengen, wat overigens niet simpel bleek te zijn. 


Een prachtige soort die we eerder in de dierentuin van Vale Verde hebben gezien (en later bij Beto Polezel zouden aantreffen) was de schubbenhalsduif (Columba specioza). Ondanks de gelijkende naam valt deze niet te verwarren met het veel kleinere schubbenduifje (Scardafella squammata) welke we in de Pantanal hadden gespot, deze vlogen ook in de volières. Een soort die we nu ook van dichterbij konden bekijken was de roodrugduif (Columba cayennensis) welke in de Pantanal alleen van grote afstand gezien werd door zijn schuwheid. Daan heeft er nu een paar mooie plaatjes van geschoten!

 

En al die andere dieren!

Tjah en dan zijn er nog zoveel andere mooie vogelsoorten te zien. Rode ibissen (Eudocimus ruber), buffnekibissen (Theristicus caudatus), roze lepelaars (Platalea ajaja), witvleugeltrompetvogels (Psophia leucoptera), groenvleugeltrompetvogels (Psophia viridis), kroonkraanvogels (Balearica regulorum), groene pauwen (Pavo muticus), Chileense flamingo's (Phoenicopterus chilensis) en Caribische grielen (Burhinus bistriatus vocifer) zijn er zomaar wat die mij enorm aanspreken.

 

Na al dat moois gezien te hebben zou ik bijna vergeten dat de collectie ook nog een bijna bizar aantal kromsnavels omvat. Parkieten en papegaaien van allerlei pluimage, waarvan ik helaas de namen slecht ken. Het werd op deze manier wel weer pijnlijk duidelijk dat ik geen papegaaienman ben. Toch zal ik dan maar een poging doen om eens wat soorten op te noemen... om te beginnen met zo'n 10 soorten ara's waarvan verschillende koppels Hyacintara's (Anodorhynchus hyacinthinus), maar eigenlijk vond ik de roodoorara's (Ara rubrogenys) en blauwkeelara (Ara glaucogularis) net zo bijzonder, al zijn ze niet zo groot. Daaraan verwant zijn de zeldzame goudparkieten (Guarouba guarouba) welke ook in respectable aantallen aanwezig zijn. 


Daarnaast 13 soorten amazones, verschillende soorten lori's, zo'n 10 soortenaratinga's, ruim 10 soorten Pyrrhura's en vertegenwoordigers van de geslachtenBrotogerisPsittaculaPionusPionites en Poicephalus. Er vlogen grijze roodstaarten (Psittacus erithacus), kraagparkieten (Deroptyus accipitrinus), kortstaartpapegaaien (Graydidascalus brachyurus) en diverse koppels edelpapegaaien (Eclectus roratus). 


Slechts één soort kaketoe is in de collectie aanwezig, namelijk de rosé kaketoe (Eolophus roseicapillus). Maar kaketoes blijken sowieso de grote afwezigen te zijn onder de kromsnavelkwekers in Zuid-Amerika. Ach ja, er moet iets te wensen over blijven toch?!

Voor ons waren de tapirs toch de onverwachte krenten in de pap, want we hadden niet verwacht dat tapirs zo tam konden zijn dat je ze kunt aaien, heel bijzonder!

 

Geraadpleegde bronnen:

  • Jean Delacour, Dean Amadon, Josep del Hoyo, Anna motis (2004), Curassows and Related Birds, Lynx Editions
  • Ber van Perlo (2009), A field guide to the birds of Brazil, Oxford University Press
  • Frank S. Todd (1996), Natural History of the Waterfowl, Ibis Publishing Company

Fotoalbum via Facebook:

 

Powered by liveSite Get your free site!